Splash

Grafische begrippen op alfabetische volgorde

Aflopende pagina’s: Hele pagina’s, vlakken, foto‘s of lijnen die de buitenrand van de pagina raken. Het beeld loopt van de pagina af, zonder witrand. Op het pagina lopen deze beelden minimaal 3 mm van de pagina af zodat ze met het schoonsnijden goed gesneden kunnen worden.

 

Afwerken: Alle handelingen die nadat een vel gedrukt is, nodig zijn om tot een eindproduct te komen. Dat kan schoonsnijden, nieten, lijmen, rillen/vouwen, plastifeceren enzovoort zijn.

 

Auteurscorrectie: Iedere verandering die een auteur in zijn/haar tekst aanbrengt die niet het gevolg is van een fout van de zetter.

 

Auteursrecht: Op teksten die u schrijft, krijgt u automatisch auteursrecht. Dat houdt in dat alleen u als schrijver bepaalt wat er met uw werk gebeurt, of en hoeveel exemplaren ervan mogen worden gemaakt en of en hoe uw werk verspreid mag worden. Aan het geven van toestemming voor publicatie, bijvoorbeeld in boekvorm of in een krant of tijdschrift, kunt u allerlei voorwaarden verbinden, bijvoorbeeld dat u daar een bepaalde vergoeding voor krijgt.

 

Binden: Papier aan elkaar bevestigen. Dit kan zijn: losse bladen of katernen van 4, 8, 16 of 32 pagina’s. De meest voorkomende afwerkingsvormen zijn: geniet, garenloos gebrocheerd, genaaid gebrocheerd of hardgebonden.

 

Binnenwerk: Het boekblok, alles wat binnen het omslag zit.

 

Boekblok: Een aantal katernen vormen samen een boekblok waar omheen een omslag wordt gelijmd.

 

Breedlopend papier: De vezels in het papier liggen evenwijdig aan de korte zijde van het papier.

 

Brocheren: Het vervaardigen van boeken en tijdschriften door het samenvoegen van meerdere drukvellen tot een boek of brochure middels garen of metalen niet, met een zachte kaft.

 

Corps (Korps): De lettergrootte + de normale regelafstand (interlinie). Dus de ruimte van de onderzijde van de ene regel tot de onderzijde van de volgende regel. Normaal gesproken wordt de grootte van de letter uitgedrukt in punten.

 

Digitaal printen / ( POD): is een hoogwaardige manier van printen. Uw bestand wordt vanuit een computer geprint op elk gewenst formaat.

 

Digitale aanlevering: Aanlevering van digitale bestanden. Dit zal in de meeste gevallen een PDF-bestand zijn.

 

DPI (Dots per inch): De resolutie van printers, digitale foto's en rasters.

 

Drukvel: Vel papier waarop gedrukt gaat worden.

 

Duotoon: Een normale foto in één kleur en daar overheen een zelfde extra contrastrijke foto in een andere kleur.

 

Duplex foto: Een zwart/wit foto met een andere kleurvoor het wit en/of zwart.

 

Font: Een complete set van letters in een bepaald lettersoort (b.v. arial met standaard, bold, italic etc.)

 

Garenloos gebrocheerd: Losse bladen worden aan elkaar verbonden door een lijmlaag of katernen worden vergaard, vervolgens in de rug gefreesd en dan gelijmd. Vervolgens worden de boekblokken in een omslag gelijmd. Dit is niet zo’n sterke verbinding, dus ongeschikt voor veel gebruikte brochures/boeken. Totaal aantal pagina’s is deelbaar door 2.

 

Gehecht/geniet gebrocheerd: In elkaar gestoken vellen voorzien van twee of vier nietjes. Meestal niet meer dan 64 pagina’s in een omslag (afhankelijk van de dikte van het papier), bij meer pagina’s gaat de brochure "open/bol staan". Totaal aantal pagina’s is deelbaar door 4.

 

Genaaid gebrocheerd: De drukvellen worden gevouwen tot katernen. Katernen worden in het hart versterkt met garen. Katernen worden met garen aan elkaar genaaid tot een boekblok, daar omheen wordt een omslag gelijmd met eventueel dubbele ril en zij-belijming. Dit is een hoogwaardige kwaliteit van afwerken. Totaal aantal pagina’s is deelbaar door 8 of 16.

 

Gramgewicht: Benaming voor de massa per oppervlakte van papier, aangegeven in grammen per vierkante meter, aangeduid als g/m2. Deze aanduiding zegt in principe niets over de dikte van het papier. U kunt dit omrekenen door het gewicht te delen door de lengte en breedte van het papier. Bijvoorbeeld: 5 gram / 0,297 meter / 0,21 meter = 80 g/m2.

 

Greyscale: De reeks van tinten in het verloop van zwart naar wit.

 

Hardgebonden: Een meestal genaaid boekblok. Een met papier of stof omplakt hard omslag dat middels een schutblad met het binnenwerk wordt verbonden.

 

Header / Banner: Kopregel over gehele breedte van de pagina

 

Houthoudend papier: Papier dat voor een deel, meer dan 10%, uit houtslijp bestaat. Dit papier vergeelt vrij snel. De duurzaamheid is minder dan bij houtvrij papier, het vergaat heel snel.

 

Houtvrij papier: Papier dat gemaakt wordt van boomvezels die met behulp van chemicaliën worden ontdaan van de stoffen die voor een snelle veroudering zorgen. Houtvrij papier heeft ten opzichte van houthoudende soorten verschillende voordelen: de vezels zijn langer, elastischer en het papier is vaster en beter voor veredeling geschikt.

 

Illustraties: Foto’s, plaatjes en figuren

 

Inch: Engelse lengtemaat = 25,4 mm

 

Inschiet: De hoeveelheid extrta drukwerk dat nodig is voor het afwerken.

 

Inslagschema: Een schema dat aangeeft hoe de pagina’s op het drukvel moeten worden gedrukt, zodat ze na te zijn gevouwen en gebrocheerd op de juiste volgorde staan.

 

Interlinie: Witruimte tussen twee regels.

 

Kapitalen: Hoofdletters

 

Karakter / letter: Letter

 

Katern: Gevouwen drukvel van 4, 8, 12, 16, 24 of 32 pagina’s, meerdere katernen achter elkaar vormen het boekblok/binnenwerk van een boek/brochure.

 

Kleurproef: Een kleurenproef van uw document, die door een geijkte printer wordt uitgeprint. De kleuren geven een indicatie van het uiteindelijke drukresultaat.

 

Kopij: De te zetten tekst. U dient een bestand met foutloze tekst aan te leveren en een print-out voorzien van aanwijzingen zoals KAPITAAL, vet, cursief, enz.

 

Kopregels: De regels die boven aan een verhaal of hoofdstuk staan.

 

Landscape / Liggend / Oblong: Liggend formaat, de lange zijde over de breedte en de korte zijde over de lengte, de rug van het boek/ de brochure is kleiner dan de zijden.

 

Lay-out: Schets/ontwerp over hoe een pagina eruit moet zien (stramien)

 

Laminaat: Dunne transparante kunststoffolie die op het papier wordt gelijmd, duurzame bescherming tegen vuil, stof of krassen.

 

Langlopend papier: De vezels in het papier liggen evenwijdig aan de lange zijde van het papier.

 

Looprichting van het papier: De vezels van het papier rangschikken zich in dezelfde richting als de loop van de papierbaan.

 

Machine coated papier (gestreken): Papier dat wordt geproduceerd door het papier door een serie metalen rollers te laten lopen voorzien van een kalk of porselein aarde laag. Het is mogelijk om zeer fijne figuren op dit papier af te drukken.

 

Marges: Wit ruimte(n) buiten het tekstblok van een pagina.
• Kopwit: De wit marge aan de bovenzijde van het tekstblok.
• Rugwit: De witmarge tussen het tekstblok en de rug.
• Staartwit: De witmarge tussen het tekstblok en de onderkant.
• Zijwit: De witmarge/ruimte tussen het tekstblok en de zijkant van de pagina die aangesneden wordt.
• Links lijnend: Tekstkolommen waarvan de voorzijde gelijk zijn, zoals deze tekst.
• Rechtslijnend: Tekstkolommen waarvan de achterzijde gelijk zijn.
• Gecentreerd: De tekst wordt in het midden van de pagina geplaatst.
• Uitvullen: De tekst vult de hele regel: de witruimten (spaties) tussen de woorden worden verminderd of vergroot om de juiste lengte te krijgen.

 

Offerte: Prijsopgave voor het vervaardigen van drukwerk c.q. en/of afwerking.

 

Ongestreken papier: Papier dat niet voorzien is van een strijklaag. Het bestaat uit bewerkte houtvezels, lijm- en hulpstoffen om het geschikt te maken voor drukken, printen, schrijven of tekenen. Ongestreken papier kan wit, gekleurd, houtvrij, houthoudend en uit gerecycled papier gemaakt worden.

 

Opaciteit: Mate van doorschijnendheid van papier, hoe hoger de opaciteit, hoe minder doorschijnend het is. Opaciteit speelt voornamelijk bij lagere gramgewichten. Tekst kan door de andere zijde van het papier gaan doorschijnen.

 

Oplage: Het aantal exemplaren te drukken c.q. te printen.

 

Opmaken / lay-outen / vormgeven: Het compleet maken van pagina’s zodat deze direct gedrukt of geprint kunnen worden. Tekst wordt via het beeldscherm op de juiste stand gezet, zonodig voorzien van grafische commando’s. De juiste lettertypes en het beeldmateriaal wordt ingevoegd.

 

Papierformaten uit de A-reeks: Papierformaat waaraan drukvellen zijn gerelateerd.
Papierformaten.jpg

PDF-proef: Of wel een softproef is een digitale proef in pdf formaat van de te maken opdracht welke door u gecontrolleerd dient te worden.

 

Pixel: Ander woord voor ‘beeldpunt’. Zo bestaat een digitale foto uit verschillende pixels, met allemaal verschillende kleuren (of grijswaarden) die het beeld vormen. Hoe meer pixels op per inch (dpi), hoe scherper het beeld wordt.

 

PMS: Pantone Matching System. Meest gebruikte gestandaardiseerd kleuren-meng-systeem. De waaier die u ziet afgebeeld bevat alle PMS kleuren met nummers. Tegenhanger is bijvoorbeeld: RAL-kleuren voor de Verf/Bouwindustrie.

 

Prepress: Al het voorbereidende werk wat gedaan moet worden voor iets gedrukt of geprint kan worden. (opmaken van teksten, scannen en plaatsen enzovoort).

 

Punt: Behalve het leesteken punt, is de punt ook een typografische maataanduiding. (1 punt = 0,36 mm)

 

Raster: Het patroon van een opgebouwd beeld uit CMYK of meer kleuren uitgedrukt in aantal lijnen per inch.

 

Registeren: Het nauwkeurig op elkaar passen van de drukkleuren aan 1 of 2 zijden van het papier.

 

Resolutie: De resolutie geeft het aantal pixels per inch aan van gerasterde foto’s. Aangeduid in DPI (dots per inch). Hoe hoger de resolutie, hoe beter de kwaliteit.

 

Schoondruk: Een drukkersterm voor de druk van de voorzijde van een drukvel.

 

Schoonsnijden: Is uw folder, poster of wat dan ook op het juiste eindformaat snijden. Het bedrukte vel wordt ontdaan van alles wat er om heen zit.

 

Snijtekens: Kruizen die buiten het te bedrukken beeld aangeven waar het beeld afgesneden moet worden.

 

Soft-proofing: Software-proef. Een door ons gemaakte PDF die u kunt controleren op een Mac of  PC.

 

Staand: De korte zijde over de breedte en de lange zijde over de lengte (normaal boek)

 

Steunkleur: Een extra drukkleur op een drukzijde, waarmee je extra accenten kunt aanbrengen.

 

Subkopjes: Kopjes die in het tekstblok staan om de tekst in stukken te verdelen.

 

Tekstblok: Het gedeelte van de pagina waarbinnen de tekst is geplaatst, zonder kop- en voettekst.

 

Teksteffecten (stijlen): Bold/Vet, Cursief/Italic, Bold Cursief/Bold Italic.

 

Uitlijnen / laten lijnen: Er voor zorgen dat tekst en beeld op één lijn staan of een haakse hoek maken met elkaar.

 

Verlooptint / Gradient: Een beeld dat van licht naar donker verloopt.

 

Vierkleurendruk / fullcolourdruk: Kleurendruk in Cyaan, Yellow, Magenta en Black (CMYK) Met deze vier kleuren kunnen heel veel kleuren gedrukt worden.

 

Weerdruk: De druk van de achterzijde van een drukvel.

EPS

Gratis visitekaart actie

 

Klik hier voor meer informatie

ImageUw eigen unieke

foto op canvas

Klik hier voor meer informatie

Wij denken graag met u mee
  • snel geleverd
  • uitstekende kwaliteit
  • aandacht voor detail
Mail ons of bel 020 - 62 06 406